Papier
De papiermolens zijn vervangen door papiermachines die meer dan
100 meter lang kunnen zijn. Die maken het papier niet meer vel voor
vel, maar in een continuproces wordt een eindeloze papierbaan tot
grote rollen opgerold. De machines produceren variƫrend van enkele
tot wel 2000 meter papier per minuut. Dit gebeurt door de, met veel
water verdunde, vezels in een continuproces over een eindeloze band
van een gewoven kunststof zeefdoek te gieten. Aan het einde van de
zeefpartij kan geen water meer worden verwijderd met de aldaar
gebruikte methode van onderdruk en gaat de nog natte gevormde
papierbaan naar de perspartij. In de perspartij wordt het papier
uitgeperst tot ongeveer 50% water en 50% vezels.
Om het laatste vocht er uit te halen wordt het papier daarna
over grote met stoom verhitte cilinders geleid (dit is het langste
deel van de papiermachine). Op het eind van de papiermachine kunnen
walsenkoppels er voor zorgen dat de gewenste gladheid wordt
bereikt, waarna het eindresultaat op een grote (jumbo)rol opgerold
wordt. Vaak wordt dan de rol, die tonnen kan wegen, in een
nabewerking in kortere en smallere rollen gesneden en als zodanig
afgeleverd aan de eindverbruiker, meestal een drukkerij of
kartonnage fabriek, die dan het papier op gewenst formaat snijdt en
verder verwerkt. Een andere nabewerking is het strijken van een
coating op het papier, waardoor bijvoorbeeld een glanzende
oppervlakte wordt verkregen, zoals bij magazine-papier.